PJZ

Bosvogels

Bosvogels

De appelvink is een fraai gekleurde, forse vink met een krachtige snavel. Met haar dikke, oranje kop en grijze stierennek oogt de vogel wat clownesk.

De bonte vliegenvanger is een zwart-witte zangvogel die graag in nestkasten broedt. De soort brengt veel tijd door in de boomkruinen.

De boomklever is een echte bosvogel. Hij klautert schokkerig maar behendig alle richtingen uit op boomstammen, ook ondersteboven.

De boomkruiper is een kleine vogel, die wat wegheeft van een kleine, bruine muis die met schokjes langs de ruwe boomschors naar omhoog klautert, op zoek naar insecten en spinnen.

De boompieper is een insectenetende zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten.

De fitis en de tjiftjaf zijn tweelingsoorten, dat wil zeggen, dat ze uiterlijk zeer op elkaar lijken.

Volwassen mannetjes hebben een oranjerode borst, zwarte keel, wit voorhoofd en grijze kruin en mantel. Vrouwtjes zijn minder opvallend getekend en hebben een grijsbruine rug en een beige onderzijde. Beide geslachten hebben een roestrode staart.

De goudhaan is met z’n 8,5 cm het kleinste vogeltje van Europa. Ze hebben een uitgesproken voorkeur voor sparren.

Grauwe vliegenvangers houden zich vooral op in bosranden en open bossen. Vanaf één of meerdere vaste uitkijkposten maken ze korte snelle vluchten achter vliegende insecten aan, die vaak in de lucht gevangen worden of van bladeren worden afgepikt.

De groene specht is onmiskenbaar door zijn knalrode kruin en zwart masker. Ze verraadt haar aanwezigheid vooral door haar lachende roep.

Groenlingen doen hun naam eer aan: ze laten zich herkennen aan allerlei tinten groen in hun verenkleed.

De grote bonte specht is de meest algemene specht in Vlaanderen. Met haar zwart-wit verenkleed en de rode broek is het een bekende verschijning.

De halsbandparkiet is een middelgrote, grasgroene, luidruchtige parkiet met een korte, rode haaksnavel. De soort is afkomstig uit Centraal-Afrika en Zuid-Azië.

De keep is de noordelijke tegenhanger van onze vink.

De koekoek komt vooral voor in bossen, heide en moerasgebieden.

De kuifmees is met haar markante zwart-witte koptekening en de spitse, driehoekige kuif een fraaie vogel. De soort komt enkel in Europa voor.

Een spechtensoort in opmars is de middelste bonte specht. Maar het is nog steeds de zeldzaamste in vergelijking tot de grote en kleine bonte specht.

De nachtegaal laat zich moeilijk zien. Hij staat bekend om zijn zeer gevarieerde, heldere zang die hij vanaf schemerduister laat horen.

De staartmees lijkt op een pluizig bolletje wol met een aangeplakte staart. Ze trekt meestal in kleine familiegroepjes snel en rusteloos door de tuin.

De tjiftjaf is een kleine, onopvallend bruin-geel-groen gekleurde vogel. In het voorjaar en de vroege zomer bijna overal horen.

De zanglijster is een bruine lijster met een gevlekte buik. Ze is vooral bekend om haar rijke, luide zang en haar voorkeur voor slakken.

De zwarte mees is een kleine, onopvallende mees die zich vaak hoog in naaldbomen ophoudt. Soms wordt ons land in het najaar overspoeld door zwarte mezen.

De zwarte specht is een geheimzinnige bosvogel met een teruggetrokken levenswijze.

De zwartkop is een muisgrijze zangvogel met een gitzwart ‘petje’. Vrouwtjes hebben een roodbruin petje. De zang is luid en zeer melodieus.

Share
error: Content is protected !!