PJZ

Akker- en weidevogels

Akker- en weidevogels

De boerenzwaluw heeft een schitterend verenkleed met metaalglans, hij voert snelle, sierlijke vluchten uit en is een opvallende en welkome verschijning tijdens de zomermaanden.

De fazant is in grote delen van Europa uitgezet als jachtwild. Mannetjes hebben een lange pluimstaart en een rode naakte huid.

Net als de braamsluiper heeft de grasmus een opvallende witte keel, maar wel een iets lichter grijze kopkap.

De Graspieper lijkt wel wat op een Veldleeuwerik, maar verschilt er toch veel van. Graspiepers vind je op de grond, ze zullen niet zo hoog zingen als de leeuwerik.

Die kievit is met zijn kenmerkende roep, zijn acrobatische baltsvluchten en zijn fraaie kuif een opmerkelijke weide- en akkervogel.

De kneu is een kleine vinkensoort, kleiner dan huismus. Man heeft een warmbruine rug en in prachtkleed een karmijnrode borst en 'baret'.

De putter heeft een vuurrood gezicht en inktzwarte vleugels met een gele streep. De vogel is een vrolijke kwetteraar die vaak voedsel zoekt op distels.

De witte kwikstaart is vooral op het platteland te vinden. Op erven maar ook tussen de poten van koeien, paarden en schapen in de hoop dat die insecten of larven omhoog duwen. De witte kwikstaart beweegt voortdurend zijn staartje heen en weer. Broeden doen ze in schuren, nissen, onder dakpannen, maar ook in slootkanten.

De zwarte kraai is een zeer intelligente en vindingrijke vogel. De soort is bij veel mensen (meestal ten onrechte) niet bijzonder populair.

Print Friendly, PDF & Email
Share