PJZ

Insecten

Insecten

De azuurwaterjuffer lijkt op de watersnuffel, maar de schouderstreep is duidelijk smaller dan het zwart dat eronder loopt.

De bloedrode heidelibel is in België vrij algemeen en komt verspreid over het gehele land voor.

De bruinrode heidelibel is een pioniersoort die zijn optimale voortplantingsbiotoop vindt in ondiepe poelen die ’s zomers geheel of gedeeltelijk uitdrogen en weinig vegetatie hebben.

De Gewone oeverlibel zit graag op kale oeverstroken (ook op modderige strandjes of gedroogde riethopen) maar ook verderaf van het water op onbegroeide bodems of substraten, zowel zandig als stenig. Het is dikwijls een pionierssoort bij pas ontstane wateren met weinig oevervegetatie.

De groene keizersvlieg is een vlieg die behoort tot de familie der bromvliegen.

De stadsreus of hoornaarzweefvlieg lijkt op het eerste zicht op een wesp maar is eigenlijk een onschuldige zweefvlieg.

Het algemene lantaarntje heeft een blauw borststuk en een donker achterlijf met op het eind een oplichtend blauw lantaarntje.

De pyjamaschildwants leeft van diverse schermbloemigen langs bosranden en begroeide delen van heidevelden.

De rode aspergekever (Crioceris duodecimpunctata) is een keversoort uit de familie bladhaantjes (Chrysomelidae).

Kenmerkend voor sommige schorpioenvliegen is het tangvormig orgaan dat mannetjes aan het achterlijf hebben.

De schorsvlieg is een vrij grote, glanzend zwarte vlieg met opvallend goudgele vlekken tussen de ogen en oranje gekleurde vleugelbases en voeten.

In België komen zo’n 45 soorten sprinkhanen voor. Ze behoren tot vijf verschillende families: de sabelsprinkhanen, de krekels, de veenmollen, de doornsprinkhanen en de veldsprinkhanen.

De steenrode heidelibel heeft zwarte poten met een brede gele/bruine streep. Verder is er een kenmerk dat deze libel onderscheid van de bruinrode heidelibel: het zwarte streepje op het voorhoofd (tussen de ogen).

De struiksprinkhaan behoort tot de familie van de sabelsprinkhanen.

De variabele waterjuffer is vooral talrijk op klei- en veengronden, maar de laatste jaren breidt deze soort zich uit en kun je ze regelmatig samen met de azuurwaterjuffer aantreffen.

De vierbandsmalbok is makkelijk te herkennen aan het langwerpige naar achteren versmalde achterlijf met acht grote gele vlekken op de bruin tot zwarte dekschilden.

De viervlek is een middelgrote libel met een vrij breed achterlijf dat taps toeloopt en in een punt eindigt.

De vuurjuffer is een fotogenieke, roodgekleurde juffer, die te onderscheiden is van de enige andere rode juffer, de koraaljuffer door de zwarte poten. De koraaljuffer heeft rode poten.

De vuurlibel is vrij breed gebouwd en de volwassen mannetjes zijn helemaal rood. Ogen, borststuk, poten, achterlijf en zelfs de vlekken in de vleugels: alle onderdelen zijn scharlakenrood. De vrouwtjes zijn bruin, maar hebben dezelfde brede bouw waardoor ze zich onderscheiden van de andere soorten.

Een weekschildkever wordt ook wel een soldaatje genoemd.

De weidebeekjuffer is een forse juffer met brede vleugels en een dicht netwerk van vleugeladers.

De zuringwants, zuringrandwants, lederwants of fluweelbruine randwants is een wants uit de familie randwantsen.

De zwervende heidelibel heeft zwarte poten met gele strepen. De onderkant van de ogen is kenmerkend blauwgrijs gekleurd.

Print Friendly, PDF & Email
Share